Follow us on Twitter Follow us on LinkedIn

In gesprek met Axel en Wout van der Horst over hun ambacht en de nieuwe poort

Oude glorie herleeft met de nieuwe Poort van Zijdebalen

Het binnenstedelijke nieuwbouwproject Zijdebalen in Utrecht maakt onderdeel uit van de historische Bemuurde Weerd. Kunstsmederij Axel en Wout van der Horst tot voor kort ook. Bijna drie eeuwen was daar een smederij gevestigd. Aan het begin van dat tijdperk glorieerde ook het oorspronkelijke lusthof Zijdebalen. Een verloren landgoed dat een fraaie toegangspoort kende met een smeedijzeren hek. Met gereedschappen die hun grootvader en overgrootvader al gebruikten smeden vader en zoon Van der Horst nu hun eigen toegangspoort voor Zijdebalen anno nu.

Uit een akte blijkt dat er sinds de zomer van 1742 een smederij was gevestigd op de oude locatie aan de Bemuurde Weerd. Hetzelfde pand waar de gebroeders Van der Horst in 1902 hun nering vestigden en waar vader Axel en zoon Wout van der Horst tot de zomer van 2016 het vuur brandend hielden. Ondertussen wordt het roodgloeiende staal op een andere locatie in de juiste vorm geslagen en gebogen. Wegens chronisch ruimtegebrek verhuisde de smederij naar een industrieterrein aan de rand van de stad.


"Deze poort is een prachtig werk en een mooi referentieproject"

Fijn smeedwerk

Axel: “Minder romantisch misschien, en het was ook even wennen, maar ondertussen zijn we heel blij met de extra ruimte. We hebben nu een kantoor, een magazijn, oppervlakte genoeg voor onze metaalwerkbanken, een afgesloten werkruimte voor het fijne smeedwerk en een atelier voor mijn andere zoon Eward, die meubels restaureert. Met deze oppervlakte hoeven we elkaar niet meer voor de voeten te lopen. Vroeger was dat regelmatig het geval.”

Roodgloeiend staal

Wout van der Horst leerde het vak van zijn vader. Aanvankelijk deed hij alleen klusjes voor hem, maar uiteindelijk kroop ook zijn bloed waar het niet gaan kon: hij trad in de voetsporen van zijn vader en opa. “Van mij hoefde dat niet, maar hij koos er uiteindelijk zelf voor”, verzekert Axel. Zoon Wout lacht en stelt een demonstratie voor. Hij steekt het vuur aan dat met steenkool brandend wordt gehouden. Vervolgens pakt hij een ijzeren staaf en houdt deze in het vuur totdat hij roodgloeiend is. Dan neemt hij een stevige hamer, heft zijn arm hoog op en slaat met trefzekere, regelmatig slagen het hete ijzer in de vorm van spijlpunt.

Speciale hamer

Een indrukwekkend gezicht, een ouderwets geluid en een fysieke inspanning die er niet om liegt. Wout gebaart naar zijn hamer. “Dit is een speciale hamer. Deze absorbeert de impact van de slagen op het ijzer. Dat scheelt enorm.” Zijn vader wijst naar de grond. “Toen we hier aan het werk gingen, bleken deze betonnen vloeren enorm te resoneren. Daar hebben we ondertussen onder het aambeeld een speciale trillingvrije voorziening voor gemaakt.”

Triomfboog

De smederij werkt op basis van eigen ontwerp, restaureert en neemt projecten aan. Axel van der Horst: “De Poort van Zijdebalen is ook een eigen ontwerp. Dit is in fases en in overleg met de opdrachtgever – de combinatie tussen Hurks en Van Wijnen – tot stand gekomen. Daarbij heb ik me onder meer laten inspireren door tekeningen van Jan de Beijer (1703 – 1780) van het landgoed Zijdebalen. Dat zie je terug in de triomfboog en de voorname pilaren in het hek. Het logo van Zijdebalen heb ik ook in het ontwerp verwerkt.” Hij vertelt dat de eerste schetsen al stammen uit 2014. Axel: “We hadden de opdracht nog niet eens, maar ik vond het zo’n mooi werk dat ik er vast aan begon. In 2016 kregen we een akkoord op het ontwerp en officieel opdracht. Het is een hele klus, maar we zijn er blij mee. Het is een prachtig referentieproject voor ons en ook nog eens bestemd voor onze eigen stad!”.


Deel deze pagina:

Echo van een roemrucht verleden

Aan de rand van de historische binnenstad waar nu de nieuwe woonwijk Zijdebalen verrijst, stond ooit het illustere lustoord van zijdehandelaar Jacob van Mollem. Zijdebalen bestond uit een huis, een zijdefabriek en tuinen zo betoverend als een klein Versailles. Ze behoren tot de rijksten die Nederland ooit kende en waren zo beroemd dat Tsaar Peter de Grote er in 1717 een wandeling maakte. Drie eeuwen later wordt de poort van vader en zoon Van der Horst opgenomen in het nieuwe Zijdebalen. Een echo van een stuk roemrucht Utrechts verleden, die straks vanaf de Jongeneelwerf opnieuw toegang tot een binnentuin biedt.

Majestueus hekwerk

Hoewel het een opdracht is die letterlijk vele haken en ogen met zich meebrengt, vinden Axel en Wout van der Horst hem vooral eervol. En hoewel nog niet af, mag het resultaat er zijn: 3,3 meter hoog en 4 meer breed torent het stalen hekwerk majestueus boven de twee smeden uit. Een staaltje ambachtelijk vakmanschap, uitgevoerd in massief ijzer, gesmeed en gevormd in het vuur en met klinknagels samengeklonken. Precies zoals dat in de achttiende eeuw al gebeurde. Wel worden er moderne conserveringstechnieken toegepast, zoals het schooperen* van het ijzer.

Een staaltje ambachtelijk vakmanschap in massief ijzer

Tweede poort

Naar alle waarschijnlijkheid wordt de poort antiek groen gespoten en rond half januari 2017 op zijn definitieve plek gehesen. Ondertussen is Smederij van der Horst gevraagd ook met een ontwerpvoorstel te komen voor de semi-openbare binnentuin van bouwblok 4. Ook daar zou de bouwcombinatie een fraaie toegangspoort voor willen laten maken.

*Schooperen, ook wel metalliseren genoemd is een behandeling die wordt uitgevoerd na het schoon stralen van het materiaal. Een schoopeerlaag bestaat uit een zink- aluminium legering.