Follow us on Twitter Follow us on LinkedIn

Ketensamenwerking is alweer een tijdje een actueel thema in de bouw. Het lijkt één van de antwoorden om de inefficiënties in het huidige bouwproces weg te nemen en daarmee het (nog tamelijk) onontgonnen potentieel in termen van kostenverlagingen, hogere opbrengsten en een betere kwaliteit te benutten. Een win-winsituatie voor zowel de ketenspelers zelf als hun opdrachtgevers. 

Daniëlle van der Ven over de kansen en valkuilen van ketensamenwerking

Gelijkheid en broederschap of zingt ieder toch zijn eigen lied?

Onder de noemer: ‘We bouwen de brug terwijl we er overheen lopen’, sloegen woningcorporatie Oosterpoort, Dura Vermeer, Hurks en KlokBouw medio 2012 de handen ineen. Op basis van gelijkwaardigheid gingen de partijen samenwerken aan de ontwikkeling van vitale wijken in de gemeente Groesbeek, Ubbergen en Heumen. Het werkgebied van Oosterpoort. Iedere partij vervult in deze ‘ketensamenwerking’ zijn eigen rol, complementair aan die van de ander. Ondertussen schrijven we 2015. Wat is de stand van zaken van dit 1 + 1 = 3 streven?

Conceptontwikkelaar Daniëlle van der Ven van Hurks vastgoedontwikkeling was vanaf het begin bij de ketensamenwerking met Oosterpoort betrokken. “Destijds was het een vooruitstrevend initiatief. De woningcorporatie stond voor de taak het woningbezit op peil te houden en te verbeteren, terwijl aan de andere kant de crisis, de vergrijzing en de krimp in de betreffende gemeenten behoorlijk voelbaar was. Behalve woningverbetering was de revitalisatie van de woonwijken een belangrijk doel. Bereikbaarheid, het voorzieningenaanbod, verbetering van de leefbaarheid, de wijken aantrekkelijk maken voor gezinnen: om dat te bereiken moet je aan heel wat knoppen draaien. Ander belangrijk doel was om binnen vijf jaar 20% goedkoper en 15 tot 30% sneller te werken. Ook wilde Oosterpoort van vijf naar drie en uiteindelijk nul opleverpunten per project. ”

Vitale kern

Besloten werd de uitvoering van de plannen stapsgewijs aan te pakken en meetbaar te maken met een nulmeting in pilotprojecten. Hurks kreeg de gebiedsontwikkeling in Berg & Dal toebedeeld. “Deze pilot ging in eerste instantie om het technisch upgraden van circa veertig woningen, terwijl de bovengelegen doelstelling ook vooral ging om het creëren van een vitale kern. Onze eerste missie was vast te stellen of dat laatste überhaupt mogelijk was. Toen het antwoord na het uitvoeren van onderzoeken en analyses positief bleek, gingen we aan de slag met een gebiedsvisie en een strategie. Maar het creëren van een vitale kern kent veel aandachtspunten en betrokken partijen. Zo’n proces kost tijd en dat stuitte hier en daar wel op onbegrip”, vertelt Daniëlle.

"Om revitalisatie van woonwijken te bereiken, moet je aan heel wat knoppen draaien."

Kartrekkers

Behalve de integrale aanpak van visie tot en met onderhoud, omvatten die aandachtspunten een omslag in de omgang met bewoners en bewonerscommunicatie en het ontwikkelen van wonen, welzijn en zorg in buurt met het oog op de ouder wordende samenleving. “Dat bleef dus niet beperkt tot sturen op een ruimtelijk fysieke aanpak, maar ging ook om het bewerkstelligen van sociaal-maatschappelijke effecten of economische impulsen. En dan in díe gebieden die in de kern potentie hebben en niet op de nominatie staan om ten onder te gaan door krimp en dergelijke. “Toen het plan klaar was, werden de taken verdeeld. Vanuit het oogpunt van efficiency, werden daarbij voor de diverse deelgebieden verschillende kartrekkers aangewezen. Dat gebeurde zo doelgericht en eerlijk mogelijk, zodat iedereen uiteindelijk deed waar hij goed in was en er ook nog iets aan verdiende. Zo neemt Hurks het voortouw in ‘Samen Leren’, gericht op nieuwe werkmethodieken, denkrichtingen en strategieën. ”

Levenscyclus

Ondertussen is Hurks een vaste ketenpartner van Oosterpoort en medeverantwoordelijk voor het woningonderhoud van 5.500 woningen, waarbij de totale levenscyclus het uitgangspunt is. Een zoektocht naar een optimale verhouding van marktconform werken, kwaliteit, prijs en duurzaamheid. “Op dit moment start in Berg & Dal de uitvoering van het onderhoud aan honderd woningen. Daarbij gaat het om technische verbeteringen als het vervangen van kozijnen en het dak, maar ook om energetische aanpassingen zoals dubbel glas en isolatie en het verbeteren van de gebruikskwaliteit van de woning. Denk daarbij aan het vergroten van de badkamer, het verruimen van de oude indeling en het toevoegen van een dakkapel zodat een extra slaapkamer ontstaat. Daarnaast starten er trajecten om gezinnen aan Berg & Dal te binden.  Dat kan gaan om het behoud van een basisschool, andere voorzieningen of de verbetering van openbaar vervoer.”

Lean

Dat je bij ketensamenwerking met vaste partners werkt, heeft voordelen, vindt Daniëlle. “Je leert van elkaar, kunt efficiënt oftewel ‘lean’ opereren om zo kostenverlagingen, hogere opbrengsten en een betere kwaliteit te realiseren.” Knelpunten en gevaren zijn er echter ook. “Zo moet je los kunnen laten wat vanzelfsprekend is. Denk daarbij aan ‘traditionele’ procesmodellen, rolpatronen en commerciële relaties. Maar ook: hoe houd je jezelf gemotiveerd als jij in een bepaalde periode de partner met de minste omzet bent? Hoe ga je om met je co partners? Je wilt iedere schijn van kartelvorming vermijden èn het proces ‘lean’ houden.  Want ketensamenwerking heeft ook iets van een gespreid bed. Het gevaar van achteroverleunen ligt op de loer. Hoe voorkom je dat?”

"Uit efficiency-oogpunt kregen de diverse deelgebieden hun eigen kartrekker."

Pionier

Een klip-en-klaar antwoord op die vragen heeft Daniëlle niet. “Misschien moeten we het gevaar van achteroverleunen accepteren als een nadeel van ketensamenwerking. De partners moeten elkaar scherp houden èn wat gunnen. Vanuit de traditie is dat niet eenvoudig. Net als toegeven dat je ergens minder sterk in bent dan de ander. En toch zou er in het streven naar een optimale verhouding van kwaliteit, prijs en duurzaam product als één organisatie moeten worden gehandeld en gedacht. Intern is de uitdaging dan: hoe organiseer je dat? Extern luidt die: hoe houd je ’t scherp? Het is hinken op twee gedachten. Enerzijds krijg je met ketensamenwerking de kans eens echt bij een ander in de keuken te kijken. Anderzijds ligt het ‘nemen maar niet zoveel geven’-effect op de loer. Het korte termijn verdienmodel zit zo in ons dna, dat het lastig is je te blijven realiseren dat met de belangen van je ketenpartner uiteindelijk ook die van jou zijn gediend. En het succes is ook persoonsafhankelijk: wie is de kartrekker van de ketensamenwerking? Aanvankelijk is dat misschien een pionier maar bij een eventuele wisseling van de wacht wellicht iemand die liever teruggrijpt op het veilige oude.”

Valkuilen

Ondanks de valkuilen en bezwaren is Daniëlle van mening dat er belangrijke stappen zijn gemaakt. “Ben ik een voorstander van ketensamenwerking? Ja. Maar dan wel met partijen die echt willen en er werkelijk voor open staan. Dat gaat niet vanzelf. Daar moet je wat voor doen. Belangrijke voorwaarden: het loslaten van traditionele zekerheden en korte-termijn denken. Het is samen zonder ‘zij-wij’ met een gezamenlijk doel op basis van èchte transparantie. Dat is de basis voor succes.”

"Ketensamenwerking is geen gespreid bed. Je kunt niet achteroverleunen."

Deel deze pagina: